Jordi Meeus

Jordi Meeus de nieuwe beloftenkampioen

 

Thriller! Het etiket dat je op de finale van het Belgisch kampioenschap voor beloften moet plakken. Velen hoopten dat de leiders die bijna vanaf kilometer nul aan de leiding reden, loon naar werken zouden krijgen. Supporters van de sprinters hoopten dat het peloton de vluchters in laatste instantie nog op de nek zouden vallen. Dat laatste gebeurde en daarvan maakte Lommelaar Jordi Meeus gretig gebruik om naar de nationale titel te sprinten. “Ik probeerde het afgelopen seizoen de weinige kansen die er waren te grijpen”, zei hij vrijdag nog toen we hem belden. Awel… ook deze kans heeft hij met beide handen gegrepen. Belgisch kampioen! Een titel louter voor de eer want zijn profcontract bij Bora-Hansgrohe is getekend. Een week geleden in Parijs-Tours bleef Rune Herregodts na een vlucht van meer dan 150 km nipt vooruit en moest Meeus voor plaats twee spurten. Andermaal was het diezelfde Herregodts (volgend jaar prof bij Vlaanderen) die op een haar na Meeus naar een ereplaats verwees. Samen met Tuur Dens, Ruben Apers en Alex Colman ging hij meteen na de start aan de haal. Wie het jeugdwielrennen een beetje volgt, wist meteen hoe laat het was. Zo’n vroege vlucht houdt zelden of nooit stand. Maar deze vier waren geen gewone jongens. Dens en Apers schitterden zopas nog op het EK op de piste en zijn dus in bloedvorm. Colman rijdt al twee jaar voor het continentale Britse team Canyon. En wie hem half juli in Kerniel samen met Jerome Baugnies zag demonstreren en winnen, beseft dat dit een klasbak is. En het verhaal Herregodts (die trouwens aan de univ in Gent ook nog geneeskunde studeert) haalden we al aan.
Ook in het peloton wist men meteen hoe laat het was. Ploegleider Wim Feys maande zijn mannen aan om te rijden met als gevolg dat tien renners van EFC kilometers lang het beste van zichzelf gaven. Maar ze kwamen geen meter dichter. Gevolg was wel dat de vier leiders ook nooit ver uitliepen. Hun maximale voorsprong bedroeg nooit veel meer dan een minuut. En dat bleef de ganse wedstrijd zo. Bij het ingaan van de laatste 15 km was hun voorsprong zelf geslonken tot 20 seconden. Het peloton had hen binnen bereik. En dat werd nog meer duidelijk toen in de slotronde Warre Vangheluwe en Lennert Van Eertvelt (allebei eerstejaars) de sprong naar de vluchters maakten. Het kon dus, maar toch kwam het peloton niet. Zo leek het alvast. Tot men bij Lotto plots leek in te zien dat hun twee pionnen vooraan, Apers en Van Eertvelt, weinig winstkansen hadden waardoor men liever de kaart van de snelle Arne Marit trok. Ook Stan Van Tricht, de enige ploegmaat van Jordi Meeus reed zich in de slotkilmeters uit de naad om de vluchters nog te pakken. En dat gebeurde op minder dan één kilometer van de meet. Jordi Meeus greep zijn kans. Samen met Marit vocht hij in de laatste hectometers een felle zij aan zij uit. Meeus haalde het. Minder dan honderd meter had hij in dit kampioenschap aan de leiding gereden. Maar het leverde hem wel de titel op.
“Met slechts één ploegmaat aan de start moest ik het op deze manier doen”, aldus Meeus. “Wachten, wachten en wachten en dan hopen op een sprint. Toen die vier vooruit reden, wist ik meteen dat het kantje boord zou worden en dat het heel veel energie zou kosten om hen terug te pakken. Maar het was uiteraard niet aan mij om dat te doen. Gelukkig hielden sterke blokken zoals EFC, Vulsteke en GM de kloof klein zodat het speelbaar bleef en men erin bleef geloven met als resultaat dat ze bleven rijden tot op het einde. Ondertussen moest ik enkel maar toekijken, krachten sparen en me in de slotkilometers zo goed mogelijk trachten te positioneren. Uiteindelijk viel voor mij alles in de juiste plooi. Ik heb al heel wat mooie zeges behaald, maar dichter dan een vierde plaats (vorig jaar nvdr.) in een kampioenschap van België kwam ik nog niet. Meteen kom ik hiermee op gelijke hoogte met Jelle Mannaerts die vorig jaar de titel behaalde en aanstaande vrijdag met mijn zus Jessie in het huwelijksbootje stapt. Er blijft dus ook volgend jaar een kampioen in de familie.”

Share