Ook Jari Snyers denkt aan stoppen

Bijna alle jongeren die als broekje met koersen beginnen, hopen op een profcarrière. Maar dat zal voorzeker niet alleen voor wielrenners gelden. Voetballertjes bij de duiveltjes doen dat toch ook. Of niet?
Uiteraard is van je hobby je beroep maken slechts voor enkelingen weggelegd. Dat is ook zo in het wielrennen. Hoeveel beloften worden er elk jaar prof? Weinig, zeer weinig. En hoeveel van die profs verdienen er de jaren nadien hun boterham mee? Weinig, zeer weinig.
Wil dit dan zeggen dat al die sporters die geen prof kunnen worden, de handdoek moeten gooien? Neen toch. Sporten is gezond en dat kan ook op een lager niveau. Dat kan in het voetbal, dan kan in het wielrennen. Zonder profambities bij de eliten 2 of 3 rijden, gecombineerd met een job, kan ook plezant zijn.
Of Jari Snyers daartoe bereid is? Hij had ook profambities. Terecht wanneer je als broekje twee jaar tereke nationaal kampioen wordt bij de nieuwelingen. Als junior verloor hij een seizoen door knieperikelen en nadien duurde vrij lang eer de Lummenaar weer echt goed op dreef kwam. Als belofte combineerde hij wielrennen met studeren, waardoor goede resultaten in topwedstrijden niet zo evident waren. Eens het diploma op zak, zette hij alles op het wielrennen. Hij en zijn ouders gaven hem daar enkele jaren de tijd voor. Dit jaar moest het jaar van de doorbraak worden. Doch Corona gaf hem en vele anderen daartoe niet echt de kans.
“Ik begon super gemotiveerd en goed voorbereid aan het seizoen”, aldus Jari. “Vorig jaar behaalde ik al een dozijn ereplaatsen in grote wedstrijden. Ik toonde toen al dat ik laar was voor de grote stap hogerop. In de weinige zware wedstrijden in België was ik altijd op de afspraak. Helaas viel dit blijkbaar onvoldoende op en bleven, tot mijn grote frustratie, aanbiedingen uit. Dit jaar zou ik het opnieuw proberen. Ik was klaar. Ik beschikte in februari in Spanje, waar ik meteen een wedstrijd won, al over mijn beste benen ooit en was klaar voor een topjaar. Maar het ondenkbare gebeurde, een pandemie die alles overhoop gooide. Al mijn geliefkoosde wedstrijden vielen weg en na een zware val in augustus, was ook het miniseizoen over doordat mijn lichaam slecht herstelde van de zware klap.
Game-over... dat lijkt de zware conclusie. Met de nodige emoties, ga ik dan ook mijn droom moeten opbergen. Het is wat het is. De plekken zijn duur en als je geen veel-winnaar bent, val je snel uit de boot. Als klimmerstype zijn de kansen in België schaars. Ik heb niet de kans gekregen om meer op mijn terrein te kunnen koersen op een hoger niveau en dat is iets wat knaagt.
De wielersport heeft 10 jaar lang mijn leven bepaald, zowel in positieve als negatieve zin. Ik heb heel mooie momenten beleefd, maar ook zeer moeilijke. In die moeilijke tijden ontdek je wie echt om je geeft. Die mensen ben ik dan ook enorm dankbaar voor de steun en hulp doorheen de jaren.
Ik zal nu andere uitdagingen moeten gaan zoeken. Stiekem blijf ik hopen op die persoon die wel in mij gelooft en me de kans wil geven om me te tonen op een hoger niveau. Al besef ik dat die kans zeer klein is. Wat de komende weken gaan brengen is voor mij een groot vraagteken. Moest er nog iets uit de bus komen, dan zal ik mijn wielercarrière verderzetten. Indien niet, ga ik andere uitdagingen moeten zoeken en hoop ik hierin de teleurstelling te kunnen vergeten. Het leven is meer dan koers, maar na 10 jaar lief en leed, is koers ook wel mijn leven.”

Share