
Zondag strijden in Wijer de Limburgse nieuwelingen voor de provinciale titel. Een wedstrijd waarvoor nogal wat jonge renners de nacht voordien slecht slapen. Van uittredend kampioen Mathiz Tielens, die bij de tweedejaars torenhoog favoriet is, zou je dat niet verwachten. Hij kan er immers al zijn 18de kampioenentrui bemachtigen. Dan went het toch, zou je denken.
“Er van wakker liggen is misschien wat overdreven”, lacht Mathiz. “Maar ik vind het wel een belangrijke titel. Zopas werd ik op Terlaemen tijdritkampioen en goed een week geleden werd ik in de Kuil van Zonhoven nog provinciaal kampioen mountainbike. Dat was mijn zeventiende titel, behaald in de verschillende disciplines van de wielersport. Mocht het daar geen kampioenschap geweest zijn, was ik er mogelijk niet gestart want in principe leg ik vanaf nu de nadruk op de weg. Het aantal ken ik dus, ze per discipline catalogeren is dan weer te veel gevraagd.”
Naast provinciale titels behaalde Mathiz ook al Belgische titels en is hij onder meer de regerende nieuwelingenkampioen van Vlaanderen. Op 1 mei verdedigt hij in Maarkedal zijn nationale titel tijdrijden. Het worden dus voor hem belangrijke dagen. “Ikzelf schat ze allebei even hoog in. In Maarkedal gaat het om een Belgische driekleur en dat is uiteraard belangrijker. De kans dat ik daar zal winnen is wellicht ook minder groot dan zondag in Wijer. Op het BK zijn er minstens vijf kanshebbers. In het tijdrijden kan er tactisch niet veel mislopen. Daar wint de sterkste. Op het PK is dat anders. Daar kan ik ogenschijnlijk alleen maar verliezen. Al zie ik dat zelf niet zo. Het meest ideale scenario voor mij zou een massaspurt ofwel een spurt met een klein groepje zijn. Het minst ideale is dat er op het einde nog iemand wegrijdt en dan gaat men allicht mij dat gat laten dichten. Wellicht kan ik dan rekenen op mijn ploegmaats bij Crabbé-Dstny. We zijn een hechte groep en gaan voor elkaar door het vuur. Trouwens mocht iemand anders van ons team in een gunstige positie rijden, dan kan men ook op mijn steun rekenen.”
Regelmatig krijgen we de vraag of er in Limburg jonge talenten schuilen. Dan zetten we steevast Mathiz Tielens in ons rijtje. Wie het Limburgse wielrennen al langer volgt weet van wie hij zijn koersgenen heeft. Papa Jimmy was een meer dan behoorlijk jeugdrenner. Wie met hem gekoerst heeft en in zijn wiel heeft gehangen, weet ongetwijfeld waarom een koersstuur onderaan een beugel heeft. Als mountainbiker maakte hij deel uit van de lichting Roel Paulissen, Filip Meirhaeghe en ook de ons veel te vroeg ontvallen Davy Coenen. Jimmy leunde bij de nationale mountainbiketop aan. Pas later -misschien te laat- richtte hij zijn pijlen ook op het veldrijden en de weg. Zijn oudste zoon Zander leek enkele jaren geleden in zijn voetsporen te treden. Doch veel pech (enkele zware valpartijen) en een moeilijke combinatie studies en sport, deden hem besluiten de fiets aan de haak te hangen. Maar dankzij zijn broer Mathiz blijft het ten huize Tielens al koers wat de klok slaat. Zeker nu ook Lotta Huybrechts uit Okselaar bij Zichem, het liefje van Mathiz, deel uit maakt van de familie en net als Mathiz, of misschien zelfs nog een tikkeltje meer, kampioenentruien in alle disciplines verzamelt. Ook zij wordt als een groot talent beschouwd. “We jutten elkaar wel een beetje op”, schatert Mathiz. “Mocht zij vrijdag tijdritkampioen worden (en die kans is bijzonder groot nvdr.) en ik niet, dan zal ik het mogen horen. Dus dat mag ik niet laten gebeuren. Idem zondag”. Zij rijdt haar PK in Linter, niet zo heel ver van Wijer.






