
De provinciale nieuwelingenkampioenen zijn gekend. Zondag is het de beurt aan de juniores. Zij kampen in Herk-de-Stad voor de kampioenentrui. Afgaand op de prestaties van de voorbije weken moeten Wiebe Kimpe, Yasu Vervoort en Cédric Lambert, niet toevallig ook het podium van het PK tijdrijden, de meeste sterren achter hun naam krijgen.
Er was een tijd dat we voor een zoektocht naar favorieten er de zegestand moesten bijnemen. Die tijd is gepasseerd. Vooreerst omdat de juniores van vandaag bijzonder weinig kansen kregen om te koersen en dus te winnen. Herk-de-Stad is na Helchteren en Hoepertingen pas de derde ‘gewone’ junioreskoers in Limburg.
“Het is inderdaad een feit dat er nog heel weinig kermiskoersen zijn”, knikt Carlo Bomans die maar liefst 25 jaar nationaal juniorescoach was en sinds twee jaar als ‘gepensioneerde’ het jeugdwielrennen enkel nog van op een afstand volgt. Niemand heeft beter dan hij de evolutie van het juniorespeloton meegemaakt. “Interclubs en grote wedstrijden zijn er genoeg. Spek voor de bek van de beteren. Indien de mindere goden daar dan toch eens voor geselecteerd worden, vechten ze daar vaak ver boven hun gewichtsklasse, wat alles behalve motiverend is. Misschien zouden wat minder grote koersen en meer kleinere wedstrijden een oplossing zijn. Voor de prijs van een interclubwedstrijd kan men heel wat gewone koersen inrichten. Maar dat is een weg die we verlaten hebben en waar we niet snel meer terug op geraken. Juniores hebben tegenwoordig ook bijna allemaal een trainer. En die hameren er vaak op dat ze minder moeten koersen en meer moet trainen. Naar analogie van de profs.”
Tal van profploegen hebben vandaag naast een beloftenteam ook een juniorenteam. Gevolg is dat men al bij de nieuwelingen op de loer ligt om renners te engageren. Juniores die vandaag nog niet zijn opgemerkt door scouts worden zenuwachtig en vrezen dat ze niet meer aan de bak geraken. “Renners denken dat inderdaad. Onterecht”, meent Carlo. “Ik probeerde hen als coach altijd gerust te stellen en drukte erop dat ze hun tijd moesten nemen. Het is pas bij de beloften dat het echt begint. Eigenlijk is het vooral begonnen met Remco Evenepoel. Maar hij was dan ook een uitzonderlijk talent zoals er maar weinig zijn. Dat vergeet men. Profploegen willen geen jonge talenten laten ontsnappen. Die jongens krijgen trainings- en voedingsschema’s, professioneel materiaal, terwijl vroeger de nadruk werd gelegd op spelen en zich amuseren. Ik vind dit geen gezonde evolutie. Die rennertjes moeten dit nog vijftien jaar volhouden. Gaan ze dat kunnen? Maar wie ben ik? Destijds vond ik ook dat Remco te vroeg prof werd. Doch als je dan ziet wat hij meteen al presteerde en nog altijd presteert…”
Limburgse juniores die momenteel al deel uit maken van zo’n professioneel team, zijn er vandaag niet. Die voor volgend jaar op de radar van een beloftenploeg staan bij ons weten ook nog niet meteen. Of daar verandering in komt door zondag provinciaal kampioen te worden? Zeker niet. Toch blijft het een trui waar men zot van is en waar men hard zal voor strijden. Voor Liam Geurts, Matisse Geeraerts, Dré Goelen, Bram Wauters (2x), Nathan Vriens, junioreskampioenen tijdens de jongste tien jaar, is het allicht één van de mooiste dagen tijdens hun fietscarrière. Milan Fretin, Gerben Thijssen, Robbe Ghys of Milan Menten zullen het zich vandaag mogelijk niet meer herinneren.






