‘War on talent’ stoort de traditionele clubs

Limburg telt 7 clubs met voornamelijk wegrenners (Sport en Steun, Sport en Moedig, KZLWC, United Cycling team, Tigerr Cycling Team,NLWC en ODB), goed voor om en bij de 280 renners. Daarvan huisvesten de clubs uit St.-Truiden, Leopoldsburg en Genk er 222. Goed bezig! Alleen vertaalt zich dat niet in resultaten en zeker niet in overwinningen. Afgelopen seizoen werden er 89 wedstrijden gewonnen door Limburgers. Daarvan amper 8 door renners van Limburgse teams: 5 van ODB, 2 van Genk en 1 van KZLWC. Reden: de meesten zetten hun eerste stappen in de Limburgse teams, maar werden daar al vlug weggehaald.

KZLWC SINT-TRUIDEN

Van bijna dood naar springlevend
Volgens de officiële cijfers van Cycling Vlaanderen van 2018 en 2023 is KZLWC qua aantal renners veruit de sterkst stijgende Limburgse club met renners. Ze sprongen van 30 naar 73.
“En dan hebben we nog veel dieper gezeten. Tien jaar geleden waren we op sterven na dood”, kan voorzitter Eddy Mellemans er nu om glimlachen. Vanwaar die sterke stijgingen want zoiets komt uiteraard niet vanzelf. “We hebben toen alles op de jeugd gezet, zonder te ronselen of mensen aan te spreken. Jongens en meisjes uit de streek die geen vergunning hadden mochten en konden elke woensdag en zaterdag bij ons komen proeven. De nadruk lag vooral op plezier maken en gezond bezig zijn. Velen bleven en brachten vriendjes mee. De mond aan mond reclame heeft het hem gedaan.”
Ondertussen is de Truiense club tot één van de grootste clubs van Limburg uitgegroeid. Helaas zonder echte toppers. Verschillenden onder hen (Widar, Driesen, Knaepen,…) zetten hun eerste stapjes bij KZLWC maar verhuisden al vlug naar elders. Of dat pijn doet? “Jongeren met klasse moeten we niet remmen in hun ontwikkeling. Omdat onze budgetten misschien wel vier keer kleiner zijn dan andere clubs, kunnen wij hen onmogelijk hetzelfde programma bieden. We zijn zelfs fier dat we hen daar kunnen afleveren. Met renners die bij wijze van spreken voor een paar sokken meer naar een andere club vertrekken heb ik meer moeite.”

SPORT EN STEUN LEOPOLDSBURG

Jongeren laten zich de kop zot maken
Al jaren is Sport en Steun de grootste club van Limburg. De jongste vijf jaar hebben ze wel wat renners verloren. Hun potentieel daalde van 117 (2018) naar 85 (2023). “Het aantal is niet het belangrijkste”, vindt voorzitter Jos Mondelaers ondertussen al 37 jaar één van de dragers van de club. “Enkele jaren geleden hebben we onze eliten en beloften afgestoten. Vandaar die daling. Wij konden hen niet veel bieden. Een bewuste keuze. Wij houden ons vooral met de miniemen, aspiranten, nieuwelingen en juniores bezig. Dat aantal is bij ons constant gebleven. We hebben sterk opleidingsteam dat goed met die jongeren werkt. Anders hadden we er ook niet zoveel. Dat sommige van de jonge gastjes de kop zot wordt gemaakt stoort me wel een beetje. Een aspirantje beloven dat ze er voor kunnen zorgen dat hij daar prof kan worden, is tien stappen te ver. Maar men laat zich daar blijkbaar toch door vangen. Vaak komen ze dan in een club met zogezegd naam en faam terecht waar ze inderdaad een sterk en interessant programma rijden maar bijvoorbeeld 50 nieuwelingen hebben. Daar zitten inderdaad toppers tussen. Doch als je niet tot de beteren behoort, krijg je niet veel kansen om die grote koersen te rijden en ben je daar dus eigenlijk niet beter af. Integendeel. Ik vind het dan ook jammer dat ik achteraf vaak hoor dat ze spijt hebben van hun keuze. Transfers… vroeger bestonden ze niet en kon het alleen per grote uitzondering. Alle grote Limburgse clubs leverden toen profs af waarvan er velen het gemaakt hebben. Dus zo slecht was dat toen niet. Maar helaas zal die tijd niet meer terugkeren.

SPORT EN MOEDIG GENK

Veehandel met kinderen
Het rennersbestand van Sport en Moedig Genk blijft de jongste jaren constant. Maar net als bij de andere grote Limburgse clubs uit zich dat niet in prestaties en overwinningen. “Niet omdat we slecht bezig zijn”, benadrukt voorzitter Benny Schurgers. “Maar de veehandel onder renners -mijn excuses voor de bewoording- stoort ons enorm. Een aantal jaren geleden zagen we dat gebeuren bij de juniores. Nu zijn ze al bezig met aspirantjes, dus kinderen tussen 12 en 14 jaar. Elke club vindt dat dit niet kan. We hebben het ook al meermaals bij Cycling Vlaanderen aangekaart. Maar toch blijft het onder het mom van daar kunnen we niets aan doen. Als je een rennertje hebt waarvan die zogenaamde grote ploegen denken dat ze er later mee kunnen uitpakken, dan begint het spel. Wij zijn enkel goed genoeg om bij de jongeren het wielrennen te promoten. Cycling Vlaanderen vraagt ons om zelfs met jongeren te werken die nog niet aangesloten zijn. Allemaal goed en wel, maar onze sponsors willen ook de renners zien koersen en liefst ook zien presteren of winnen. Ook voor ons als club is het heel frustrerend want wanneer bijvoorbeeld een renner van ons een wedstrijd wint, geeft dat ook ons een boost. Zoals bijvoorbeeld vorig seizoen toen iemand van ons een bekerwedstrijd won. Daar genieten we van. Helaas niet veel later kregen we al te horen dat hij naar een ander team zou verhuizen.”

Wat zij dan meer te bieden hebben? “Hun budget is allicht iets groter waardoor ze meer kunnen beloven. Zoals bijvoorbeeld koersen en stages in het buitenland waar ouders best wel wat aan moeten bijdragen hoor ik. Sommigen verbeteren zich. Maar het merendeel zou beter blijven waar ze zijn.”

Lees het ganse dossier in HBvL